zondag 8 november 2015

De mens en mot als wapen

Afgelopen zomer was Damiaan Denys een van de zomergasten. Denys is hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het AMC-zieknhuis. Hij richt zich op angst en dwangstoornissen en past bijvoorbeeld diepe hersenstimulatie toe bij psychiatrische stoornissen. Denys vertelde dat hij door DARPA was gevraagd om medewerking, maar het niet had gedaan.

Voor wie de Defense Advanced Research Project Agency (DARPA) enigszins kent is het geen verrassing dat ze hem vroegen. Angst bestrijden past bij maken van efficiëntere soldaten. Ook de wijze waarop de in Amsterdam werkzame pyshiater werkt sluit aan. DARPA doet onderzoek naar technologie die de militair vrijwaart van slaperigheid (zodat hij 24/7 kan vechten) of die hem met een chip aanstuurt om afleidende gedachten en angst te onderdrukken. De toekomst van de soldaat als zelfs neurologisch aangestuurde vechtmachine is dichterbij dan we willen weten.

De Jong keek glazig: DARPA? Hij had er nog nooit van gehoord; en is vast de enige niet. Toch is het een onderzoeksinstelling met een enorm budget en breed onderzoeksveld naar alles wat de oorlog kan gebruiken. De totale omvang van het budget voor 2015 was US$ 2,91 miljard (exclusief geheime programma's). Dat is vergelijkbaar met de totale jaarbegrotingen van Princeton en Harvard samen. Die Universiteiten zijn wel breed bekend.

Een groot deel van die leemte in kennis is te verhelpen. Een lijvig boek, The Pentagon's Brain, van de Amerikaanse journaliste Annie Jacobsen (die haar sporen verdiende bij het Los Angelos Times Magazine ) brengt de ontwikkeling van het instituut in kaart van de oprichting in 1958 (als ARPA) tot 2015 als het wordt aangestuurd door centrale personen in de Amerikaanse defensie-industrie, het Pentagon en de wetenschap.

Het is een Amerikaans boek. Met een Amerikaanse vertelwijze. Niet alleen wordt communisme consequent tegenover democratie gesteld, maar ook door verhalen te schilderen waarin de mens en waar hij vandaan komt kleur brengt op de wangen van de bedenker van Agent Orange en de waterstofbom; de american dream in de wereld van militair onderzoek. Het leest mede daardoor als een trein. Je zou bijna vergeten dat je het niet alleen voor je plezier leest, maar ook om er wat uit op te steken over de ontwikkeling van wapens en militaire kennis en technologie: wat was, wat is en wat komt. Vooral die laatste vraag houdt DARPA bezig; verrassen niet verrast worden is de doelstelling. Vandaar ook de belangstelling voor zich ontwikkelende velden als neurowetenschap.

Het ruim 500 pagina's dikke boek begint vlak na de Tweede Wereldoorlog met atoomproeven, het raketschild volgt (met het idee een magnetisch veld in de ruimte te creëren met behulp van kernexplosies, zowel de Sovjet Unie als VS doen hiernaar proeven). Veel van de verbonden wetenschappers zijn – door start van de organisatie – dol op de bom, maar het idee vanuit het Pentagon om de Hồ Chí Minh route te vernietigen met het gebruik van kernwapens ging de groep wetenschappers die zich verzamelde onder de mythische naam Jason te ver. Er zouden per jaar 3.000 tactische kernwapens nodig zijn om de aanvoer lijn van Noord naar Zuid-Vietnam permanent permanent kapot te bombarderen. Veel DARPA projecten, zoals de drone, M-16 geweer, begonnen wel tijdens de Vietnamoorlog.

Toch werd ARPA uit het Pentagon gezet. Na de oorlog in Zuidoost-Azië is de het een van de vele instituties die zijn geloofwaardigheid is verloren. Het mag zich alleen nog op militaire projecten richten. Vandaar ook dat het in 1973 een D voor zijn naam zette. “Als de Instelling moest gaan overleven en schitteren, dan zou het zichzelf opnieuw moeten uitvinden,” (p. 238) schrijft Jacobsen. Dat lukte en daaraan hebben we te danken dat een mot tijdens zijn metamorfose ingeplante bedrading, een zender en ontvanger opneemt in het weefsel van hersenen en lichaam. Dat is geen toekomst, maar gebeurt al en is een voorbeeld van een zogenaamde biohybride, gedeeltelijk dier en gedeeltelijk machine. De motten moeten worden uitgerust met sensors of explosieven.

Het overgrote deel van de onderzoeken is confidentieel: “als DARPA bezig is met het klonen van mensen, dan zullen we dat later pas weten” (p. 436). Zoals Columbus zocht naar nieuw land, zo zoekt DARPA methodes om wetenschap in te zetten om toekomstige oorlogen te vechten, inclusief killer robots en in extremis met soldaten die met “afstandsbesturing of -controle” opereren. Ze zet ook wetenschap in om methoden te vinden het publiek daarmee vertrouwd te maken.

“De kracht van DARPA is dat het vragen financiert,” (p. 433) zegt David Gardiner die onderzoek doet naar methoden om verdwenen ledematen opnieuw aan te laten groeien. Hoe gemakkelijk die subsidie potjes opengaan, bleek toen in 1973 Bob Taylor binnenkwam die onderzoek wilde doen naar de mogelijke samenwerking tussen computers van verschillende universiteiten. Na 20 minuten stond hij weer buiten met een miljoen dollar om zijn onhaalbaar geachte idee uit te werken. Dat informatie de weg van de minste weerstand zoekt op het internet is van dat geslaagde onderzoek het resultaat.

Wilfried lees dat boek. Volgens mij zal het je boeien. Het is geschreven met dezelfde oprechte belangstelling voor de betrokkenen als waarmee jij sporters, jazzmusici en fotografen tot leven brengt. Het opent bovendien het zicht op wat science fiction leek, maar science wetenschap is geworden. Hoe angst te overwinnen is vanzelfsprekend van belang in militair onderzoek. Denys zou ingeschakeld zijn voor dit onderzoek, als hij dit financiële aanbod met grote kans op vervolg niet op ethische gronden had geweigerd. Je gast liet je dat weten tijdens die Zomergastenuitzending eind augustus. Hij verdiende applaus. Maar belangrijker is dat het niet alleen aan Denys is om wat te vinden van het gebruik en de aansturing van de wetenschap door militairen en defensie-industrie voor de meest vergaande ideeën. Het is aan alle 21ste eeuwse burgers. Het boek The Pentagon's Brain zet je daarover aan het denken.

 Geschreven voor Konfrontatie.